ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ5747
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.H.W.M. Sterk
- C.R.L.R.M. Ficq
- A.R.O. Mooy
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak
Verdachte werd op 22 januari 1999 bij verstek veroordeeld door de politierechter. Pas op 21 maart 2006 stelde verdachte hoger beroep in. Het hof onderzocht of het openbaar ministerie de verstekmededeling aan verdachte tijdig en volgens de Hoge Raad-eisen had betekend.
Uit het dossier bleek onvoldoende bewijs dat de betekening van het verstekvonnis op juiste wijze en tijdig had plaatsgevonden. Een schriftelijk stuk vermeldde dat verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats was en dat via politie betekening had plaatsgevonden, maar gaf geen details over de wijze, momenten of bevoegdheid van de ambtenaar.
Het hof concludeerde dat het openbaar ministerie niet de vereiste voortvarendheid had betracht bij de betekening. Gezien het belang van verdachte bij een tijdige vervolging en het beperkte karakter van de oorspronkelijke geldboete, prevaleerde het belang van verdachte.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.