ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ8215
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- J.A. Meijer
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beperking kleineondernemersregeling door vestigingseis in strijd met vrijheid van vestiging EG-verdrag
De belanghebbende, die vanuit Nederland naar België verhuisde maar zijn onderneming in Nederland bleef uitoefenen, werd de toepassing van de kleineondernemersregeling (KOR) geweigerd vanwege zijn niet-Nederlandse woonplaats en vestiging. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op over de jaren 1998 en 1999 en het jaar 2000, welke de belanghebbende betwistte.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de vestigingseis in artikel 25 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 in strijd is met de in artikel 43 van Pro het EG-verdrag geregelde vrijheid van vestiging. Het Hof stelde vast dat de belanghebbende ontegenzeggelijk gebruik had gemaakt van de verdragsvrijheden door zijn verhuizing en dat de vestigingseis een beperking van deze vrijheid vormde.
Het Hof overwoog dat de vestigingseis niet geschikt is om het nagestreefde doel te waarborgen, namelijk het voorkomen dat ondernemers in meer dan één lidstaat gebruik maken van de KOR, omdat er geen mogelijkheid is om te bewijzen dat elders reeds gebruik wordt gemaakt van een dergelijke regeling. Daarom is de eis niet proportioneel en vormt deze een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van vestiging.
Gelet hierop vernietigde het Hof de naheffingsaanslagen over 1998 en 1999 en verklaarde het bezwaar over 2000 niet-ontvankelijk. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat nationale vestigingseisen voor belastingvoordelen niet mogen leiden tot beperking van EU-rechten zonder voldoende rechtvaardiging.
Uitkomst: De vestigingseis voor de kleineondernemersregeling vormt een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van vestiging en de naheffingsaanslagen over 1998 en 1999 worden vernietigd.