ECLI:NL:GHSHE:2006:BA0483
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huishoudtoebehoren zoon voor eigenwoningregeling inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende, woonachtig in het buitenland, stelde dat zijn volwassen zoon in 2002 tot zijn huishouden behoorde en dat de woning in Nederland daarom als eigen woning moest worden behandeld voor de inkomstenbelasting. De Inspecteur had de aanslag inkomstenbelasting over 2002 gehandhaafd en de rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Het hof onderzocht of de zoon, die sinds 1999 in het ouderlijk huis woonde terwijl belanghebbende in het buitenland verbleef, daadwerkelijk tot het huishouden behoorde. Het hof oordeelde dat het feit dat de zoon volwassen was en al drie jaar studeerde zonder zelfstandige integratie in de Nederlandse samenleving onvoldoende was onderbouwd om hem tot het huishouden te rekenen.
Verder werd het beleid rond tijdelijke uitzendingen (lid 6 van artikel 3.111 Wet inkomstenbelasting 2001) besproken, maar het hof stelde dat dit beleid niet van toepassing is op de situatie van lid 1, die vereist dat de woning anders dan tijdelijk ter beschikking staat. Het hof concludeerde dat de woning niet als eigen woning kan worden aangemerkt en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de zoon in 2002 niet tot het huishouden behoorde en wijst het hoger beroep af.