ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1390
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- M.J.W.M. Ellis
- Rechtspraak.nl
Arbeidskorting en discriminatie buitenlandse belastingplichtigen volgens EG-verdrag
Belanghebbende, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk en werkzaam in Nederland, kreeg in 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd zonder rekening te houden met het inkomstenbelastingdeel van de arbeidskorting. Het geschil betrof de vraag of hij als buitenlands belastingplichtige recht had op deze korting. Het hof stelde vast dat de arbeidskorting volgens nationaal recht alleen aan binnenlandse belastingplichtigen toekomt, maar dat dit onderscheid een belemmering vormt van het vrije verkeer van werknemers zoals beschermd door artikel 39 van Pro het EG-verdrag.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest De Groot en HvJ EG-uitspraak Gerritse, en concludeerde dat de arbeidskorting gelijk moet worden behandeld als beroepskosten die verband houden met een activiteit in een andere lidstaat. De Inspecteur had geen rechtvaardigingsgrond voor het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen aangetoond.
Daarom verklaarde het hof het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en stelde de aanslag vast met inachtneming van de arbeidskorting. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van gelijke fiscale behandeling binnen de EU in het kader van het vrije verkeer van werknemers.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat belanghebbende recht heeft op het inkomstenbelastingdeel van de arbeidskorting en vermindert de aanslag dienovereenkomstig.