ECLI:NL:GHSHE:2006:BH3383
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- A.M.G. Smit
- S.B.M. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openbaar beledigen van islamitische geloofsgemeenschap via poster
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen, namelijk aanhangers van de islam, wegens hun godsdienst. Dit gebeurde door het ophangen van een poster met de tekst "Stop het gezwel dat Islam heet" op een raam van een woning te Valkenswaard.
De verdediging voerde aan dat de uitlating niet gericht was op de gelovigen maar op de islam als maatschappelijke misstand en dat het strafbare karakter van de uitlating zou moeten vervallen vanwege de politieke context en het maatschappelijk debat na de moord op Theo van Gogh. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de uiting onnodig grievend was jegens de islamitische geloofsgemeenschap.
Het hof verklaarde het primair ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Het subsidiair ten laste gelegde feit werd echter wel bewezen verklaard en verdachte werd daarvoor veroordeeld. De straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, waarbij rekening werd gehouden met eerdere soortgelijke veroordelingen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het hof verwierp ook het verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn wegens schending van het vertrouwensbeginsel en het beginsel van zuiverheid van oogmerk. De beslissing tot vervolging lag bij het openbaar ministerie en er waren geen feiten die een schending aannemelijk maakten.
De wettelijke grondslag voor de veroordeling was artikel 137c (oud) Wetboek van Strafrecht, en het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en in zoverre opnieuw recht gedaan.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken voor het zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over aanhangers van de islam.