ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ9284
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M.W.M. van den Elzen
- N.J.L.M. Tuijn
- M. Malsch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep woninginbraken met onrechtmatige doorzoeking en bewijsuitsluiting
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor talrijke woninginbraken en het bezit van door misdrijf verkregen goederen in Eindhoven in de periode van januari tot mei 2006. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van augustus 2006.
Het hof oordeelde dat de doorzoeking van de woning van verdachte op 2 mei 2006 onrechtmatig was, omdat deze werd uitgevoerd door een hulpofficier van justitie zonder aanwezigheid van de rechter-commissaris en zonder dat de officier van justitie zelf de doorzoeking kon verrichten. Dit was in strijd met artikel 97 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Daarnaast was de vermeende toestemming van de vriendin van verdachte voor de doorzoeking niet aannemelijk.
Als gevolg van deze onrechtmatigheid werd het bewijs verkregen bij die doorzoeking uitgesloten. Hierdoor kon het hof onvoldoende wettige bewijzen vinden voor de ten laste gelegde feiten 6, 7, 9, 10, 11, 13, 14, 15, 16, 17 en 19 en sprak verdachte daarvan vrij. Voor de overige bewezen verklaarde feiten legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden op, rekening houdend met de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en de proeftijdsituatie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van een deel van de ten laste gelegde feiten wegens onrechtmatige doorzoeking, en veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor de overige bewezen feiten.