ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2047
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van Soest
- R.J. Koopman
- N. van Beelen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van financiering en vermogensbeheer bij vennootschappen
Belanghebbende, aandeelhouder en directeur van de vennootschappen B en C, was betrokken bij de financiering van E, een onderneming met sombere toekomstperspectieven. De Inspecteur legde aanslagen op die aanzienlijk hoger waren dan de door belanghebbende opgegeven bedragen, met name door de kwalificatie van de voortgezette financiering als winstuitdeling.
Het hof stelde vast dat B en C feitelijk alleen vermogensbeheer uitoefenden, met activa bestaande uit liquide middelen, effecten en vorderingen op E en belanghebbende, en dat zij geen risico's liepen die een particuliere belegger niet zou aanvaarden. De schuld van E aan B nam toe ondanks de slechte financiële positie van E, wat het hof toerekende aan een persoonlijke wens van de aandeelhouders om hun zoon te steunen.
Het hof oordeelde dat deze geldverstrekkingen als uitdelingen van winst aan belanghebbende en zijn echtgenote moeten worden beschouwd, en dat de aanslag inkomstenbelasting over 1995 dienovereenkomstig verminderd moest worden. Daarnaast verwierp het hof de bezwaren van belanghebbende tegen de waardering van zijn eigen woning en de aftrek van advocaatkosten, en bevestigde het dat geen recht bestond op ondernemingsvrijstelling voor de vennootschappen B en C.
Het beroep van belanghebbende werd deels gegrond verklaard, waarbij de aanslag inkomstenbelasting over 1995 werd verminderd en de overige aanslagen werden gehandhaafd. De griffierechten werden aan belanghebbende vergoed. Het hof wees het wrakingsverzoek af en bevestigde de juiste oproeping voor de zitting.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1995 en handhaaft de overige aanslagen, verklaart het beroep gegrond en wijst de griffierechten toe aan belanghebbende.