ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2753
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.D. van Norden
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling landbouwkarakter paardenhouderij en cultuurgrondvrijstelling Wet WOZ
Belanghebbende exploiteert een paardenfokkerij waarbij eigen paarden worden gehouden, gefokt en afgericht. De paarden verblijven deels op weilanden en deels in stallen en paddocks. Een deel van de paarden wordt tijdelijk uitgeschaard op ander weiland. De vraag was of deze activiteiten als landbouw kunnen worden aangemerkt en of de ondergrond van de paddocks en stapmolen cultuurgrond is in de zin van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ.
Het hof stelt vast dat belanghebbende voldoet aan de bewijslast dat zijn activiteiten landbouw zijn, mede omdat hij als agrarisch bedrijf wordt aangemerkt en de paardenhouderij overeenkomt met landbouwbegrippen uit de Pachtwet. De paarden worden gefokt met economisch oogmerk en de bedrijfsvoering vertoont kenmerken van een landbouwbedrijf.
Echter, de ondergrond van de paddocks en stapmolen, hoewel duurzaam in gebruik, is niet geschikt voor het voeden en doen groeien van gewassen en wordt niet als cultuurgrond aangemerkt. Dit betekent dat de vrijstelling van artikel 1, onderdeel a van de Uitvoeringsregeling Wet WOZ niet van toepassing is op deze ondergrond. De uitspraak van de rechtbank Breda wordt vernietigd en de beschikking van de Ambtenaar bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard voor het landbouwkarakter, maar de vrijstelling voor cultuurgrond wordt afgewezen en de beschikking van de Ambtenaar bevestigd.