ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4893
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Schaafsma-Beversluis
- Van Soest-van Dijkhuizen
- Raab
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing gerechtelijke vaststelling vaderschap na postnatale erkenning
De vrouw verzocht de rechtbank om gerechtelijk vast te stellen dat de man de vader is van haar drie minderjarige kinderen, die reeds postnataal door de man zijn erkend. De rechtbank wees dit verzoek af omdat artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro geen ruimte biedt voor gerechtelijke vaststelling van vaderschap indien het kind al twee ouders heeft, zoals hier het geval is.
In hoger beroep stelde de vrouw dat de gerechtelijke vaststelling wel noodzakelijk is vanwege het ontbreken van terugwerkende kracht van de erkenning en het nationaliteitsbelang van de kinderen. Het hof overwoog dat de erkenning bewust geen terugwerkende kracht heeft en dat het nationaliteitsbelang niet valt onder de bescherming van artikel 1:207 BW Pro, dat uitsluitend ziet op het vaststellen van een juridische vader.
Het hof verwees tevens naar een uitspraak van de Hoge Raad die bevestigt dat postnatale erkenning in combinatie met bewijs van verwekkerschap gelijkgesteld kan worden aan gerechtelijke vaststelling voor nationaliteitsdoeleinden. De vrouw kon haar doel bereiken via de procedure op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Daarom bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot gerechtelijke vaststelling af. De man is juridisch vader door erkenning en het aantal ouders neemt niet toe door gerechtelijke vaststelling. Het belang van de kinderen bij nationaliteit en juridische zekerheid is gewaarborgd via andere rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap omdat de vader de kinderen reeds erkend heeft.