Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.De verzoeken
4.Het standpunt van de man
5.Beoordeling
6.Beslissing:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzocht namens haar minderjarige kind de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man, omdat de man het kind in Polen had erkend terwijl hij toen gehuwd was met een ander, waardoor de erkenning volgens Nederlands recht destijds nietig zou zijn. De bijzondere curator diende een zelfstandig verzoek in namens de minderjarige.
De rechtbank stelde vast dat de man en de moeder geen gemeenschappelijke nationaliteit hebben, maar dat zij en het kind in Nederland wonen, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank oordeelde dat de Poolse erkenning van het vaderschap thans in Nederland erkend moet worden, omdat de wettelijke belemmering die tot 1 april 2014 bestond is vervallen en de erkenning niet in strijd is met de openbare orde.
Omdat de minderjarige hierdoor al twee juridische ouders heeft, staat dit de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in de weg. De rechtbank overwoog dat het verzoek niet kan worden gebruikt om het nationaliteitsbelang van de minderjarige te dienen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek van de bijzondere curator afgewezen.
De rechtbank verwacht dat de gemeente de erkenning in de basisregistratie personen zal verwerken. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt afgewezen omdat de minderjarige al twee juridische ouders heeft.