ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1531
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bijleveld-van der Slikke
- Schaafsma-Beversluis
- Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen en niet nakomen verplichtingen
De zaak betreft het hoger beroep van [X.] tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De saniet heeft een aanzienlijke schuldenlast van circa €625.000, waaronder grote schulden aan banken en crediteuren. De rechtbank oordeelde dat er gegronde vrees bestaat dat [X.] zijn schuldeisers zal benadelen en dat hij niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden, mede omdat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie.
In hoger beroep heeft het hof overwogen dat de rechtbank ten onrechte het ontbreken van volledige duidelijkheid omtrent het ontstaan van schulden voor rekening en risico van de saniet heeft gebracht, conform recente jurisprudentie van de Hoge Raad. Desondanks acht het hof bewezen dat [X.] niet te goeder trouw heeft gehandeld bij het aangaan van een substantiële lening terwijl hij wist dat aflossing niet mogelijk was. Tevens heeft hij niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht en de aanwijzingen van de bewindvoerder genegeerd.
Het hof constateert dat [X.] onvoldoende actie heeft ondernomen om zijn schuldeisers tegemoet te komen, bijvoorbeeld door verkoop van activa of aanpassing van zijn bestedingspatroon. Zijn verdiencapaciteit is beperkt maar hij kan volgens het hof wel een hoger inkomen verwerven. De maatschappelijke positie van [X.] als medicus rechtvaardigt geen uitzondering op de criteria voor toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Gelet op deze omstandigheden bestaat er gegronde vrees dat [X.] zijn verplichtingen niet naar behoren zal nakomen en zijn schuldeisers zal benadelen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, met verbetering van de gronden, en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen en gegronde vrees dat de saniet zijn verplichtingen niet zal nakomen.