ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1980
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- T. Blokland
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing bij verkoop melkquotum en toetreding BV tot maatschap
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden gezamenlijk een gemengd agrarisch bedrijf en richtten een BV op die deelnam in de maatschap. Het geschil betrof de fiscale behandeling van de verkoop van het melkquotum en de vraag of stille reserves, waaronder het melkquotum, aan de echtgenote waren overgedragen en of de stakingswinststamrechtvrijstelling van toepassing was.
Het hof stelde vast dat het melkquotum niet of niet meer tot de BV en haar vermogen was gaan behoren, en dat het belang bij het melkquotum niet in betekenisvolle mate bij de BV lag. Ook bleek dat belanghebbende en zijn echtgenote besloten hadden de melkveehouderij te beëindigen, en dat de BV de onderneming niet geheel of gedeeltelijk had overgenomen of voortgezet.
De verkoop van het melkquotum vond plaats aan derden, waarbij geen sprake was van overdracht van een onderneming maar van bedrijfsmiddelen. De stakingswinststamrechtvrijstelling was daarom niet van toepassing. Het hof verwierp de bezwaren van belanghebbende en bevestigde de aanslag zoals vastgesteld door de Inspecteur, waarbij de aftrek van lijfrentepremies niet werd toegestaan voor de winst uit de verkoop van het melkquotum.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, en het griffierecht werd niet terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.