ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2001
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.P.F. Rijken
- B.F. de Poorter
- A.M.G. Smit
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot en beklagprocedure
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van advocaatkosten op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering na een sepotbeslissing van 13 december 2004 en een daaropvolgende beklagprocedure ex artikel 12 Sv Pro.
Het hof oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is voor het deel dat betrekking heeft op de periode dat hij als verdachte werd aangemerkt, omdat het verzoek niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na de sepotbeslissing bij de rechtbank is ingediend, maar pas ruim anderhalf jaar later bij het hof.
Ten aanzien van de periode dat verzoeker als beklaagde in de beklagprocedure betrokken was, stelt het hof vast dat het Wetboek van Strafvordering geen wettelijke grondslag biedt voor vergoeding van advocaatkosten in de beklagprocedure, waardoor ook dat deel van het verzoek niet ontvankelijk is.
De advocaat-generaal heeft in zijn advies hetzelfde standpunt ingenomen, verwijzend naar jurisprudentie en de wettelijke regeling.
Het hof verklaart het verzoek derhalve niet-ontvankelijk en wijst het af.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wegens termijnoverschrijding en ontbreken wettelijke grondslag.