ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4885
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep niet-verschenen gedaagde bij procedure met meerdere gedaagden
In deze civiele procedure stond centraal of een niet-verschenen gedaagde in hoger beroep kan worden ontvangen tegen een vonnis dat ondanks het opschrift 'verstekvonnis' als op tegenspraak moet worden aangemerkt. De zaak betrof een procedure met meerdere gedaagden, waarvan enkele wel verschenen waren en een minnelijke regeling met de eiser hadden getroffen.
Het hof benadrukte dat het karakter van de procedure wordt bepaald door het verschijnen van ten minste één gedaagde bij de inleidende dagvaarding. Hierdoor geldt het vonnis als een vonnis op tegenspraak, waartegen geen verzet openstaat maar alleen hoger beroep. Dit blijft ook gelden als de verschenen gedaagden de procedure niet voortzetten maar een regeling treffen en de zaak wordt doorgehaald.
Vervolgens behandelde het hof de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de niet-verschenen gedaagde. Op grond van artikel 335 lid 2 Rv Pro moet deze gedaagde voorafgaand aan het hoger beroep het vonnis voldoen tegen het stellen van zekerheid door de oorspronkelijke eiser. Het hof verwees naar recente jurisprudentie van de Hoge Raad die een restrictieve toepassing van deze regel voorschrijft, waarbij het belang van alle betrokken partijen wordt meegewogen.
Het hof besloot de zaak naar de rol te verwijzen om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de zekerheidstelling en de inhoud en naleving van de regeling tussen de andere gedaagden en de eiser. Tot die tijd werd elke verdere beslissing aangehouden. Het arrest werd gewezen door de rechters Begheyn, Hendriks-Jansen en Fikkers op 25 september 2007.
Uitkomst: Het hof verwees de zaak naar de rolzitting om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en zekerheidstelling, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.