Conclusie
Op 19 oktober 2005 is [E] in staat van faillissement verklaard. Tegen dit vonnis heeft [E] hoger beroep ingesteld. Na de faillietverklaring zijn de bedrijfsactiviteiten van [E] hangende het hoger beroep voortgezet. Bij brief van 11 november 2005 heeft [E] het hoger beroep ingetrokken.
2.Bespreking van de prejudiciële vragen
Verstekvonnis
Vonnis op tegenspraak
(art. 140 lid Pro 2 (oud) Rv) enkel ertoe strekt om te voorkomen dat tegen het vonnis verschillende rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld. Op grond van deze zeer beperkte strekking alsmede op grond van de letterlijke lezing van het huidige derde lid van art. 140 Rv Pro “waarin staat vermeld dat eerst sprake moet zijn van een vonnis dat tussen alle partijen is gewezen, en dat eerst in dat geval op het vonnis het etiket ‘op tegenspraak’ kan worden geplakt” is volgens Provaas en Sijmonsma een vonnis dat tussen eiser en de niet verschenen gedaagde B is gewezen, nadat de zaak tussen eiser en de wel verschenen gedaagde A ter comparitie is geregeld en de zaak ten aanzien van A ter rolle is doorgehaald, een verstekvonnis. De kwalificatie ‘op tegenspraak’ mag volgens schrijvers pas worden gegeven op het moment dat er een vonnis wordt gewezen tegen in elk geval één verschenen gedaagde [22] .