ECLI:NL:GHSHE:2007:BB5182
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- A. de Lange
- H.P. Vonhögen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens strijd met het onschuldbeginsel bij valsheid in geschrift
In deze zaak stond een ontnemingsvordering centraal die gebaseerd was op het strafbare feit van valsheid in geschrift (art. 225 Sr Pro). De veroordeelde werd echter niet afzonderlijk vervolgd voor dit feit en was door het hof vrijgesproken van dit onderdeel binnen de tenlastelegging van deelname aan een criminele organisatie.
De ontnemingsvordering betrof het voordeel dat de veroordeelde zou hebben genoten door het verkrijgen van een hypothecaire lening met behulp van een valse werkgeversverklaring en/of salarisstrook, en de waardevermeerdering van de woning die hiermee was bekostigd.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat het onschuldbeginsel (art. 6 lid 2 EVRM Pro) werd geschonden door de vordering te baseren op een feit waarvoor de veroordeelde was vrijgesproken. Het hof oordeelde dat hoewel het OM niet met grove veronachtzaming had gehandeld, het onschuldbeginsel hieraan in de weg stond en wees de vordering af.
De advocaat-generaal had subsidiair om nader onderzoek verzocht, maar dit was niet nodig gelet op de afwijzing. Het arrest bevestigt het belang van het onschuldbeginsel bij ontnemingsvorderingen en de noodzaak dat een veroordeling aan het ten grondslag liggende feit ten grondslag ligt.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens strijd met het onschuldbeginsel omdat de veroordeelde is vrijgesproken van valsheid in geschrift.