ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6891
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Smeenk-van der Weijden
- Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter in gezags- en omgangszaak minderjarigen met verblijf in Spanje
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De man heeft het gezag niet, de vrouw wel. Na de relatiebreuk is de vrouw met de kinderen naar Spanje vertrokken, waar zij hun gewone verblijfplaats hebben. De man verzocht de rechtbank om omgangsregeling, gezamenlijk gezag en wijziging hoofdverblijfplaats, maar deze verzoeken werden afgewezen. In hoger beroep betoogt de man dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het perpetuatio fori-beginsel.
De vrouw stelt primair dat het hof internationaal onbevoegd is omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Spanje hebben. Het hof overweegt dat de Verordening Brussel II-bis niet van toepassing is omdat de procedure is gestart voor de ingangsdatum. Wel is het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 van toepassing, dat de bevoegdheid koppelt aan de gewone verblijfplaats op het moment van de beslissing. Het hof concludeert dat de kinderen hun gewone, maatschappelijke verblijfplaats in Spanje hebben, waar zij naar school gaan en sociaal actief zijn.
Daarom is de Spaanse rechter internationaal bevoegd en het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. De eventuele vertraging door deze beslissing doet niet af aan het belang dat de plaatselijke rechter het beste kan beoordelen welke maatregelen in het belang van de minderjarigen zijn. Het hof komt niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de verzoeken.
Uitkomst: Het hof verklaart zich internationaal onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep vanwege de gewone verblijfplaats van de kinderen in Spanje.