ECLI:NL:GHSHE:2007:BB9564
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsdekking en verzekerdenbegrip in aansprakelijkheidsverzekering
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of appellante zelfstandig rechten kan ontlenen aan de polisvoorwaarden van Nationale-Nederlanden en daarmee als verzekerde kan worden aangemerkt volgens artikel 8.2 van de polis. Eerder oordeelde het hof Arnhem dat appellante weliswaar houder is, maar geen verzekerde in de zin van de polis, omdat de schade niet door de bestuurder was veroorzaakt. De Hoge Raad heeft dit oordeel gecorrigeerd en benadrukt dat voor dekking onder artikel 8.2 onder c. geen verwijt van de bestuurder vereist is.
Nationale-Nederlanden voert aan dat appellante geen verzekerde is vanwege een samenloop van verzekeringen, omdat Allianz Nederland Schadeverzekering NV reeds dekking verleent. Dit nieuwe verweer acht het hof van dien aard dat appellante hierop moet kunnen reageren, ondanks het gevorderde stadium van de procedure. Het hof wijst een termijn toe voor een akte van appellante, waarbij een antwoordakte van Nationale-Nederlanden niet wordt verwacht.
Het hof wijst tevens het bezwaar van Nationale-Nederlanden tegen eisvermeerdering toe en behandelt het verzet conform het oude procesrecht. Verder gaat het hof niet in op nieuwe betwistingen van polisvoorwaarden die niet eerder aan de orde zijn gesteld. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na de reactie van appellante.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere reactie van appellante op nieuw aangevoerd verweer over samenloop van verzekeringen.