ECLI:NL:PHR:2007:BA3030
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot verkoop en levering van perceel na huurovereenkomst en kort geding
Deze zaak betreft een vervolg op een eerder arrest van de Hoge Raad uit 1999, waarin het geschil over de verkoop en levering van een perceel bedrijfsterrein na een huurovereenkomst centraal stond. De Hoge Raad vernietigde toen het arrest van het gerechtshof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Na verwijzing heeft het hof in 2005 geoordeeld dat Ekkersrijt niet verplicht was het perceel aan eiseres te verkopen en veroordeelde eiseres tot medewerking aan wedertenaamstelling tegen betaling.
Eiseres stelde in het verwijzingsgeding dat er geen ontbindende voorwaarde in de leveringsakte was opgenomen, maar dit werd door het hof als een nieuwe, te late grief terzijde gesteld. De Hoge Raad bevestigt dat de verwijzingsrechter gebonden is aan de niet-bestreden beslissingen uit de vernietigde uitspraak en dat nieuwe feiten of rechtsmiddelen na verwijzing slechts beperkt kunnen worden ingebracht.
De procedure richt zich op de uitleg van artikel 7 van Pro de huurovereenkomst en de vraag of Ekkersrijt verplicht was het perceel te verkopen. De Hoge Raad benadrukt dat het cassatieberoep niet dient om een nieuwe instructie van het geding te geven en dat de rechtsstrijd na verwijzing beperkt blijft tot de punten die na cassatie openliggen.
Het arrest bevestigt de rechtszekerheid en de procesorde door het buiten beschouwing laten van nieuwe grieven die niet tijdig zijn ingebracht en benadrukt de gebondenheid van de verwijzingsrechter aan eerdere beslissingen die niet met succes zijn bestreden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.