ECLI:NL:GHSHE:2007:BC0988
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Simons
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen voldane parkeerbelasting
Belanghebbende had op 11 december 2004 parkeerbelasting betaald voor het parkeren van zijn auto op een door de gemeente aangewezen parkeerplaats. Hij maakte bezwaar tegen deze betaling, stellende dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel vanwege een fiscale vrijplaats voor buitenlandse kentekenhouders. De gemeente verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk op grond van artikel 234, lid 3, van de Gemeentewet, dat bezwaar tegen voldane parkeerbelasting uitsluit.
Belanghebbende kwam in beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Hij voerde aan dat de uitzondering in de wet bedoeld was voor situaties waarin de feitelijke parkeerduur korter was dan de betaalde tijd, wat hier niet aan de orde was. Het Hof oordeelde echter dat de wettekst duidelijk is en dat bezwaar tegen voldane parkeerbelasting niet mogelijk is. De wetgeschiedenis kan slechts worden betrokken indien de tekst onduidelijk is, wat hier niet het geval was.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door de gemeente terecht was. Er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegekend. Tegen deze uitspraak was beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bezwaar tegen voldane parkeerbelasting is niet-ontvankelijk.