ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2999
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.L.M. Tuijn
- J.M.W.M. van den Elzen
- F.L. Muskens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor mensenhandel en mensensmokkel
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 30 januari 2008 uitspraak gedaan in hoger beroep in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van mensenhandel en mensensmokkel. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank waarin verdachte werd vrijgesproken.
De kern van het oordeel is dat verdachte en eventuele medeverdachten niet het initiatief hebben genomen of actief hebben gehandeld ten aanzien van de betrokken Chinezen, die illegaal in Nederland verbleven en zelf het initiatief namen om werk te zoeken. Er was geen sprake van dwang, dreiging, misleiding of misbruik van een kwetsbare positie met het oog op uitbuiting zoals bedoeld in artikel 273f Sr.
Ook de omstandigheden van lange werkdagen en lage beloning werden niet als uitbuiting aangemerkt, omdat de werkomstandigheden niet slecht waren en de werknemers vrij waren om te vertrekken. Ten aanzien van de verdenking van mensensmokkel kon niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het aannemen of uitbetalen van personeel. De verklaringen van medeverdachten bevestigden dat verdachte geen beslissingsbevoegdheid had op dat gebied.
De advocaat-generaal had gepleit voor veroordeling, maar het hof volgde de rechtbank en sprak verdachte vrij wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De strafrechtelijke kwalificatie van mensenhandel vereist immers een zeker initiatief en doelbewust misbruik van de zwakkere positie, wat in deze zaak niet is vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor mensenhandel en mensensmokkel.