ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8037
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Pouw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussentijdse beschikking boedelverdeling
In deze zaak staat het hoger beroep van de vrouw centraal tegen een tussentijdse beschikking van de rechtbank Breda, waarin onder meer de peildatum voor de waardering van aandelen en onroerende zaken is vastgesteld en een deskundigenonderzoek is gelast. De vrouw betoogde dat tegen deze beslissingen hoger beroep openstond omdat deze een einde maakten aan een deel van het geschil en onherroepelijk zouden zijn.
Het hof oordeelde dat de beschikking een deelbeschikking betrof met interlocutoire onderdelen, waaronder beslissingen over de boedelverdeling. Volgens artikel 358 lid 4 Rv Pro is tussentijds hoger beroep tegen tussenbeschikkingen in beginsel uitgesloten, tenzij de rechter in eerste aanleg toestemming geeft of het gaat om eindbeslissingen, hetgeen hier niet het geval was.
De vrouw voerde aan dat de vaststelling van de peildatum en het gelasten van een deskundigenonderzoek onherroepelijke gevolgen had, vergelijkbaar met een voorlopige omgangsregeling. Het hof verwierp dit standpunt omdat de taxaties preparatoir van aard zijn en later in het proces kunnen worden gecorrigeerd indien nodig.
Uiteindelijk verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de rechtbank Breda voor verdere afdoening. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afdoening.