ECLI:NL:HR:2007:BB6910
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorlopige omgangsregeling met onherroepelijk karakter
De vader verzocht bij de rechtbank Amsterdam om een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter, geboren in 2001 uit een beëindigde relatie met de moeder. De rechtbank stelde op 4 september 2006 een voorlopige omgangsregeling vast, uitvoerbaar bij voorraad en onder begeleiding van het Omgangshuis Noord-Holland.
De moeder stelde zich op het standpunt dat het hoger beroep tegen deze beschikking niet ontvankelijk was. Het hof Amsterdam verklaarde het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk en wees ook haar verzoek tot schorsing af. De moeder stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de voorlopige omgangsregeling een tussenbeschikking met een onherroepelijk karakter is, omdat de beschikking eenmaal geëffectueerd niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Hierdoor is het hoger beroep tegen deze beschikking ontvankelijk. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het hof Amsterdam en verwees de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het hoger beroep ontvankelijk, vernietigt het vonnis van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage.