ECLI:NL:GHSHE:2008:BD3889
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van Etten
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijn en appellabiliteit bij verwerping legaat in erfrechtelijke nalatenschap
In deze civiele erfrechtelijke procedure staat de vraag centraal of Susanne binnen een redelijke termijn haar keuze moet kenbaar maken over het al dan niet aanvaarden van een legaat uit het testament van haar moeder. Zeno, mede-erfgenaam, verzocht de kantonrechter om een termijn vast te stellen, welke werd toegewezen op twee maanden na de beschikking. Susanne ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat het appelverbod doorbroken moest worden vanwege schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
Het hof oordeelde dat Susanne niet is gehoord voorafgaand aan de beschikking, waardoor het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Daarom is het appelverbod doorbroken en kan het hof inhoudelijk oordelen over de grieven. Het hof bevestigde dat Zeno voldoende belanghebbende is om het verzoek in te dienen, ook al is hij geen erfgenaam van de moeder van Susanne.
De termijn van twee maanden werd door het hof als te kort beoordeeld, maar een langere termijn van vijf jaar werd afgewezen omdat Susanne onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de complexiteit van de nalatenschap een langere bedenktijd rechtvaardigt. Het hof stelde een termijn van drie maanden vast waarbinnen Susanne haar onvoorwaardelijke keuze kenbaar moet maken. Verzoeken tot uitvoerbaar verklaring bij voorraad en dwangmiddelen werden afgewezen als niet ontvankelijk. De kosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelde een termijn van drie maanden vast voor het kenbaar maken van de keuze tot aanvaarding of verwerping van het legaat en vernietigde de eerdere beschikking wegens schending van hoor en wederhoor.