ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6273
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Pellis
- Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorlopige alimentatiebeschikking in echtscheidingszaak
Partijen zijn gehuwd sinds 1988 en hebben twee kinderen. Na het verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank Breda bij beschikking van 29 mei 2007 de echtscheiding uitgesproken en een voorlopige bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw vastgesteld. De vrouw ging in hoger beroep tegen de vastgestelde voorlopige alimentatie van € 2.950 per maand en verzocht om een definitieve vaststelling van € 13.000 per maand.
Het hof heeft onderzocht of de beschikking een eindbeschikking of een tussenbeschikking betreft. De vrouw stelde dat het een eindbeschikking was omdat een deel van haar verzoek was toegewezen, terwijl de man stelde dat het een niet-appellabele tussenbeschikking was. Het hof concludeerde dat het om een tussenbeschikking gaat, omdat de rechtbank de definitieve beslissing over de alimentatie heeft aangehouden totdat de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de gemeenschappelijke goederen duidelijk is.
Het hof overwoog dat een voorlopige alimentatiebeschikking ongedaan gemaakt kan worden en dat artikel 358 lid 4 Rv Pro bepaalt dat tegen tussenbeschikkingen alleen hoger beroep kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de eindbeschikking, tenzij de rechter anders bepaalt. Dit laatste was niet het geval. Daarom is de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De beschikking van de rechtbank Breda blijft daarmee van kracht.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de voorlopige alimentatiebeschikking.