ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9239
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens verblijf als ongewenste vreemdeling in Nederland
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het meerdere malen verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Hij verbleef op 14 december 2006, 21 januari 2007 en 4 juni 2007 in Maastricht. De verdediging voerde aan dat de beschikking tot ongewenstverklaring onjuist was en in strijd met EU-regelgeving, met name Richtlijn 2004/38/EG.
Het hof oordeelde dat het niet aan de strafrechter is om de innerlijke juistheid van de gronden van de ongewenstverklaring te toetsen, maar slechts de verbindendheid van het wettelijk voorschrift en de bevoegdheid van de minister. Omdat de ongewenstverklaring niet is ingetrokken of met terugwerkende kracht opgeheven, is bewezen dat verdachte wist dat hij ongewenst was.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onduidelijkheid over de verblijfplaats van verdachte op de bewuste tijdstippen, maar verklaarde alsnog wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij ongewenst was. Verdachte werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, waarbij de voorarresttijd in mindering werd gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenste vreemdeling in Nederland.