ECLI:NL:GHSHE:2008:BF1315
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- J.W.J. Huige
- J.W. Verstraate
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid belastingrechter voor proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep Inspecteur
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd door de Inspecteur, die na bezwaar werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank Breda, die de aanslag vernietigde en de Inspecteur veroordeelde tot proceskostenvergoeding. De Inspecteur stelde vervolgens hoger beroep in bij het Hof, maar trok dit hoger beroep later in.
Belanghebbende verzocht het Hof om een integrale vergoeding van de proceskosten die hij had gemaakt in verband met het gevoerde verweer tegen het ingetrokken hoger beroep. Het Hof onderzocht of de belastingrechter bevoegd was om deze vergoeding toe te kennen.
Het Hof oordeelde dat noch de Algemene wet bestuursrecht, noch de Algemene wet inzake rijksbelastingen, noch enige andere wettelijke bepaling een grondslag biedt voor de bevoegdheid van de belastingrechter om proceskostenvergoeding toe te kennen in een situatie waarin het hoger beroep door de Inspecteur is ingetrokken. Daarom verklaarde het Hof zich onbevoegd.
Het Hof wees erop dat belanghebbende voor een vergoeding van de gemaakte proceskosten een civiele procedure moet starten. De uitspraak werd op 9 juli 2008 gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, sector belastingrecht.
Uitkomst: Het Hof verklaart zich onbevoegd om proceskostenvergoeding toe te kennen na intrekking van het hoger beroep door de Inspecteur.