ECLI:NL:HR:2009:BJ5042
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Rechtsingang belastingrechter voor proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep inspecteur
Belanghebbende verzocht het Hof om proceskostenvergoeding nadat de Inspecteur het door hem ingestelde hoger beroep in een belastingzaak had ingetrokken. Het Hof verklaarde zich onbevoegd omdat volgens haar geen wettelijke basis bestond voor toekenning van proceskostenvergoeding door de belastingrechter in deze situatie.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze beslissing. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het Hofarrest en niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om proceskostenvergoeding. De Hoge Raad oordeelde echter dat er sprake is van een leemte in de wetgeving (AWR) die onbedoeld is ontstaan, en dat het Hof deze leemte had moeten opvullen door de bevoegdheid van de belastingrechter te erkennen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd bepaald dat de Staat aan belanghebbende het griffierecht vergoedt en dat de beslissing over de kosten van het cassatiegeding wordt gereserveerd tot de einduitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug met instructie dat de belastingrechter bevoegd is proceskostenvergoeding toe te kennen na intrekking van het hoger beroep door de Inspecteur.