ECLI:NL:GHSHE:2008:BF1759
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vervallen vrijstelling motorrijtuigenbelasting na verkrijging Nederlanderschap
Belanghebbende, werkzaam bij het Marokkaanse consulaat, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor omzetbelasting en belasting van personenauto's en motorrijwielen nadat hij het Nederlanderschap had verkregen via een optieverklaring. Hij stelde dat hij het Nederlanderschap ten onrechte had verkregen en dat de intrekking daarvan terugwerkende kracht moest hebben, waardoor de vrijstelling motorrijtuigenbelasting zou blijven gelden.
Het hof stelde vast dat de verkrijging van het Nederlanderschap definitief was bevestigd door de bevoegde autoriteit en dat de afstandsverklaring van belanghebbende geen terugwerkende kracht had. Bovendien was er geen sprake van valse verklaringen of bedrog die tot intrekking van het Nederlanderschap konden leiden. De vrijstelling motorrijtuigenbelasting verviel daarom terecht per datum verkrijging Nederlanderschap.
Belanghebbende voerde aan dat hij het Nederlanderschap alleen had aangenomen om zonder visum te reizen en dat hij daarna afstand had gedaan, maar het hof oordeelde dat dit geen invloed had op de rechtsgeldigheid van de naheffingsaanslagen. Ook het beroep op een besluit van 21 januari 2003 en een brief van 17 december 2003 kon niet verhinderen dat de aanslagen terecht waren opgelegd.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de fiscale gevolgen van het verkrijgen daarvan.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd na verkrijging van het Nederlanderschap.