ECLI:NL:GHSHE:2008:BG1039
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Huijbers-Koopman
- Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding wegens onvoldoende aantasting persoon
Appellant vorderde immateriële schadevergoeding wegens gederfde levensvreugde en psychische klachten veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van de provincie, die hem de mogelijkheid ontnam een eigen bedrijf op te zetten op een bouwperceel. De rechtbank wees deze vordering af omdat onvoldoende was vastgesteld dat appellant in zijn persoon was aangetast.
Het hof overwoog dat onder het toepasselijke recht ook een immateriële schadevergoeding kan worden toegekend indien sprake is van aantasting van de persoon. Appellant stelde dat hij psychisch was beschadigd en dat zijn levensvreugde was aangetast door de langdurige affaire met de provincie. Het hof vond deze stellingen echter te algemeen en onvoldoende geconcretiseerd om te spreken van een aantasting van zijn persoon.
De omstandigheid dat appellant zijn arbeidzaam leven niet kon inrichten zoals gewenst en zijn levensvreugde daardoor was gederfd, was onvoldoende om een immateriële schadevergoeding toe te kennen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank dat de vordering afwees. Daarnaast werden proceskostenveroordelingen uitgesproken, waarbij de provincie werd veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg in reconventie en appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aantasting van de persoon.