ECLI:NL:GHSHE:2008:BG5525
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Everaars-Katerberg
- Pellis
- Van der Velden
- Rechtspraak.nl
Internationale rechtsmacht rechtbank inzake ouderlijk gezag en omgang minderjarige
In deze civiele zaak stond de internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechtbank centraal in een geschil over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling van een minderjarige dochter. De vader had de rechtbank verzocht het gezag gezamenlijk toe te kennen en de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen. De moeder betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter omdat zij en de dochter sinds mei 2007 in het Verenigd Koninkrijk zouden verblijven.
De rechtbank verklaarde zich bevoegd en stelde een omgangsregeling vast, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof onderzocht de feitelijke verblijfplaats van de minderjarige rond het tijdstip van het inleidend verzoek. Uit diverse stukken, waaronder een GBA-uittreksel, e-mailcorrespondentie, en contact met Bureau Jeugdzorg, bleek dat de gewone verblijfplaats van de dochter nog in Nederland was.
De moeder kon haar stelling van verhuizing naar het Verenigd Koninkrijk niet aannemelijk maken. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter terecht bevoegd was op grond van artikel 8 van Pro Verordening Brussel IIbis. Het hoger beroep van de moeder werd afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De mondelinge behandeling werd voortgezet voor verdere inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het hof bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en wijst het beroep van de moeder af.