ECLI:NL:GHSHE:2009:BU3105
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- E. Everaars-Katerberg
- P. Pellis
- J. Milar
- Rechtspraak.nl
Ouderlijk gezag en hoofdverblijf kind toegewezen aan vader na conflicten tussen ouders
In deze zaak stond de vraag centraal of de behandeling van het gezags- en verblijfsgeschil betreffende een minderjarige dochter moest worden overgedragen aan een gerecht in het Verenigd Koninkrijk en wie het ouderlijk gezag en hoofdverblijf over het kind moest krijgen.
De moeder had verzocht de zaak over te dragen aan het Engelse gerecht op grond van artikel 15 van Pro Verordening Brussel IIbis, stellende dat zij en het kind al geruime tijd in het Verenigd Koninkrijk woonden. Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het kind haar gewone verblijfplaats in het Verenigd Koninkrijk had, mede gelet op het vloeiend Nederlands spreken van het kind en de feitelijke omstandigheden. De overdracht werd daarom afgewezen.
De rechtbank had beide ouders gezamenlijk met het gezag belast, maar het hof stelde vast dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord was en dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk was zonder dat het kind klem zou raken. De vader had verzocht om alleen het gezag te krijgen en het hof achtte dit in het belang van het kind. Ook het hoofdverblijf werd aan de vader toegewezen vanwege de stabiele woonsituatie en de positieve omgang met het kind.
De moeder had verzocht om aanvullend onderzoek naar haar situatie in Engeland, maar dit werd afgewezen omdat zij het onderzoek had gefrustreerd en onvoldoende bewijs had geleverd. Het hof concludeerde dat een bestendige woonsituatie voor het kind noodzakelijk was en dat de vader deze kon bieden. De proceskosten werden verdeeld zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof kent het ouderlijk gezag en het hoofdverblijf van de minderjarige dochter toe aan de vader en wijst het verzoek tot overdracht naar het Verenigd Koninkrijk af.