ECLI:NL:GHSHE:2008:BG5733
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.J. van Muijen
- P. Fortuin
- J.A. Meijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrek lijfrentepremie na inbreng melkveehouderij in BV
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden een onderneming bestaande uit melkveehouderij, mestvee en een minicamping. Op initiatief van de bank werd het bedrijf gesaneerd waarbij het melkquotum, melkvee en een stuk grond werden verkocht. Op 1 juni 2000 werd een voorovereenkomst tot oprichting van een BV gesloten, waarna op 14 februari 2001 de onderneming ruisend werd ingebracht in die BV. Belanghebbende trok een lijfrentepremie af van zijn stakingswinst.
De inspecteur schrapte deze aftrekpost, stellende dat er geen sprake was van overdracht van een onderneming in de zin van artikel 45 Wet Pro IB 1964. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de timing en samenhang van de transacties wezen op een 'masterplan' waarbij reeds op 1 juni 2000 was besloten tot verkoop aan derden.
Het hof stelde vast dat het melkquotum, melkvee en grond een zelfstandig gedeelte van de onderneming vormden dat als zelfstandige onderneming kon worden aangemerkt. De combinatie met de minicamping deed hieraan niet af. Daarom werd het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen sprake is van overdracht van onderneming en wijst het hoger beroep af.