ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0220
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over heffingsrecht Nederland op fictief inkomen uit recreatiewoning van Duitse belastingplichtige
Belanghebbende, een Duitse ingezetene, bezit samen met zijn echtgenote een recreatiewoning in Nederland. Hij stelt dat Nederland geen heffingsrecht heeft over het fictief berekende inkomen uit deze woning, omdat het Verdrag Nederland-Duitsland alleen heffing over daadwerkelijk genoten inkomsten toelaat.
Het Hof verwerpt deze stelling en verwijst naar artikel 4 van Pro het Verdrag, waarin ook het gebruik van onroerende zaken als inkomsten wordt aangemerkt waarvoor Nederland mag heffen. Nederland mag dit gebruik forfaitair bepalen, zoals onder de Wet IB 1964 met het huurwaardeforfait gebeurde. Het feit dat Duitsland geen forfaitaire heffing kent, leidt niet tot dubbele belastingheffing.
Belanghebbende heeft ter zitting alsnog gekozen voor binnenlandse belastingplicht en erkent dat de woning voor de helft in onverdeeld eigendom toebehoort aan zijn echtgenote. Daarom wordt de aanslag verminderd conform de gemaakte berekeningen. Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt eerdere uitspraken en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd vanwege mede-eigendom en keuze voor binnenlandse belastingplicht.