ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0595
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Zwitser
- Waaijers
- Rechtspraak.nl
Toepassing CAO/HBO en recht op bovenwettelijke uitkering voor lid bestuur NHTV
In deze zaak stond centraal of een lid van het bestuur van NHTV, [X.], aanspraak kon maken op een bovenwettelijke uitkering op grond van haar arbeidsovereenkomst en de toepasselijkheid van de CAO/HBO. NHTV stelde dat voorafgaand aan het sluiten van de arbeidsovereenkomst was afgesproken dat een standaardovereenkomst zou worden gesloten zonder recht op bovenwettelijke uitkering. Het hof oordeelde echter dat NHTV niet in haar bewijslevering was geslaagd om dit aannemelijk te maken.
De voorzitter van het college van bestuur, de heer [Y.], verklaarde dat in het gesprek met [X.] was besproken dat zij in schaal 17 werd aangesteld om te compenseren dat zij geen recht op wachtgeld had, maar gebruikte niet de term bovenwettelijke uitkering. [X.] ontkende dat dit onderwerp ter sprake was gekomen en verklaarde dat zij uitging van een arbeidsovereenkomst conform de CAO/HBO, zoals ook vermeld in haar aanstellingsbrief.
Het hof concludeerde dat de verklaring van [X.] geloofwaardiger was en dat NHTV onvoldoende aanvullend bewijs had geleverd om de stelling van een standaardovereenkomst zonder bovenwettelijke uitkering te onderbouwen. Daarom werd vastgesteld dat [X.] op grond van de aanvullende overeenkomst aanspraak heeft op de bovenwettelijke uitkering. Tevens werd bevestigd dat deze vordering jegens NHTV geldt en niet jegens het UWV.
De grieven van NHTV faalden, waarna het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde en NHTV veroordeelde in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat [X.] recht heeft op een bovenwettelijke uitkering op grond van de arbeidsovereenkomst met NHTV.