ECLI:NL:HR:2000:AA5404
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake exclusieve verkoopbemiddeling en verwijst terug
In deze zaak staat de vraag centraal of tussen Meijering & Benus B.V. (M&B) en [verweerster] Vastgoed B.V. een exclusieve verkoopbemiddelingsovereenkomst is gesloten voor de verkoop van appartementen in [woonplaats]. [Verweerster] vorderde onder meer betaling van meeropbrengsten en schadevergoeding wegens niet-nakoming door M&B.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het Hof Leeuwarden verklaarde dat M&B gehouden was de verkoop exclusief aan [verweerster] op te dragen en veroordeelde M&B tot vergoeding van meeropbrengsten en schade. M&B stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste toepassing van art. 213 lid 1 Rv Pro. heeft gemaakt door de getuigenverklaring van de bestuurder van M&B onvoldoende bewijswaarde toe te kennen. Hierdoor vernietigt de Hoge Raad het arrest van 29 april 1998 en verwijst de zaak terug naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, met een correcte waardering van het bewijs en beantwoording van de rechtsverhouding tussen partijen.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat het Hof het bewijsrecht correct heeft toegepast door M&B toe te laten tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van een gesloten overeenkomst, en dat de bewijsopdracht niet neerkwam op een omkering van de bewijslast. De Hoge Raad veroordeelt [verweerster] in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden van 29 april 1998 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.