ECLI:NL:GHSHE:2009:BI3328
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verhaal boete Wet arbeid vreemdelingen tussen opdrachtgever en aannemer
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de opdrachtgever (C.) de aannemer (A.) kon verhalen voor boetes die aan haar waren opgelegd wegens het inzetten van arbeidskrachten zonder vereiste tewerkstellingsvergunningen, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Partijen waren een overeenkomst aangegaan waarbij A. sloop- en metselwerken zou uitvoeren en zelfstandige Poolse onderaannemers zou inzetten. De Arbeidsinspectie trof op de bouwlocatie arbeidskrachten aan zonder vergunningen, wat leidde tot boetes voor zowel C. als A. C. vorderde vergoeding van deze boetes en gemaakte juridische kosten van A.
De rechtbank had de vordering toegewezen, maar het hof stelde vast dat uit de overeenkomst en de omstandigheden niet bleek dat het risico van boetes exclusief bij A. lag. De Wav kent een brede definitie van werkgever, waardoor meerdere werkgevers voor hetzelfde feit beboet kunnen worden. Het hof oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel in deze civiele procedure niet van toepassing is en dat C. onvoldoende had gesteld om A. aansprakelijk te houden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, wees de vordering af en veroordeelde C. in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering van de opdrachtgever tot vergoeding van boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt afgewezen.