ECLI:NL:GHSHE:2009:BI6325
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Keizer
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid moedermaatschappij voor schade uit duurovereenkomst met dochter
In deze civiele zaak vordert Oud Papiercentrale B.V. vergoeding van schade veroorzaakt door het verdwijnen van een perscontainer die zij in bruikleen had gegeven aan Inalfa Metal Products (IMP), dochteronderneming van Inalfa Industries. Inalfa Industries had zich op grond van artikel 2:403 BW Pro hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor schulden van IMP.
De kern van het geschil betreft de uitleg van de 403-verklaring en de vraag of de aansprakelijkheid van Inalfa Industries ook geldt voor schade die is ontstaan na het afleggen van deze verklaring maar voortvloeit uit vóór die verklaring gesloten duurovereenkomsten. Het hof oordeelt dat de aansprakelijkheid inderdaad ook die schulden omvat, mede gelet op de achtergrond van de regeling die compensatie biedt aan schuldeisers bij het ontbreken van een eigen jaarrekening van de dochter.
Het hof stelt vast dat de perscontainer tussen mei 2005 en het faillissement van IMP in september 2005 is verdwenen en dat Inalfa Industries aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. De rechtbank had een lage restwaarde toegewezen, maar het hof acht de vervangingswaarde van € 8.000,-- beter onderbouwd en toewijsbaar. De gevorderde omzetschade wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en schending van de schadebeperkingsplicht. Ook worden buitengerechtelijke kosten van € 339,15 toegewezen. Het hof vernietigt het eindvonnis voor het overige en veroordeelt Inalfa Industries tot betaling van deze bedragen, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Inalfa Industries wordt veroordeeld tot betaling van € 8.000,-- en € 339,15 met wettelijke rente wegens aansprakelijkheid voor de verdwenen perscontainer.