ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ1348
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.E.C.A. Valkenburg
- S.C. van Duijn
- H.P. Vonhögen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor verkrachting met oplegging TBS-maatregel
In hoger beroep tegen een veroordeling wegens verkrachting heeft het hof het vonnis van de rechtbank Maastricht vernietigd en een nieuwe strafoplegging gedaan. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en ter beschikking stelling (TBS) met dwangverpleging. De verdediging voerde primair vrijspraak aan en subsidiair dat de TBS-maatregel niet opgelegd mocht worden vanwege het ontbreken van een recent psychiatrisch onderzoek.
Het hof stelde vast dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan een ernstige verkrachting met geweld, waarbij het slachtoffer letsel opliep. Verdachte toonde geen spijt en had een verleden van soortgelijke zedendelicten. Het hof achtte het recidivegevaar groot en vond dat de ernst van het feit en de veiligheid van de samenleving oplegging van TBS vereisten.
Vanwege de weigerachtige houding van verdachte tijdens het psychiatrisch onderzoek kon geen recent onderzoek worden afgerond. Het hof baseerde zich daarom op oudere rapporten uit 2002 en 2006, waaruit bleek dat verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, psychopathische en afhankelijke kenmerken, en dat deze stoornis ook ten tijde van het ten laste gelegde feit aanwezig was.
De maatregel TBS werd opgelegd met het advies dat de verpleging pas begint na het uitzitten van tweederde van de gevangenisstraf. De gevangenisstraf werd vastgesteld op drie jaar, met aftrek van reeds door verdachte doorgebrachte voorlopige hechtenis. Het hof bevestigde het vonnis voor het overige.
De beslissing is gebaseerd op wettelijke bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht, waaronder artikelen 27, 36f, 24c, 37a, 37b, 63 en 242.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging, waarbij de verpleging na tweederde van de straf begint.