ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3845
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.C.A.M. Claassens
- J. Buhrs
- H.P. Vonhögen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na voorlopige hechtenis en ontoerekeningsvatbaarheid
De verdachte heeft gedurende bijna tien maanden in voorlopige hechtenis gezeten op verdenking van poging tot zware mishandeling en vernieling. De rechtbank verklaarde het primaire feit bewezen en legde de maatregel TBS met dwangverpleging op wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid. In hoger beroep werd de verdachte vrijgesproken van het primaire feit en veroordeeld voor het subsidiaire feit vernieling, waarvoor geen TBS kan worden opgelegd.
Het hof zag geen aanleiding tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis omdat de verdachte na zijn vrijlating reeds gedwongen was opgenomen op grond van de Wet BOPZ. Hierdoor achtte het hof toekenning van een schadevergoeding ex art. 89 Sv Pro niet billijk, omdat bij oplegging van een dergelijke maatregel geen vergoeding zou volgen.
Het verzoek tot vergoeding werd ontvankelijk verklaard, ondanks aanvankelijke bezwaren over het ontbreken van een handtekening, nadat een verklaring van de verdachte werd overgelegd. De advocaat-generaal bepleitte afwijzing vanwege de rechtmatigheid van de voorlopige hechtenis en de mogelijke opname onder de Wet BOPZ.
Het hof concludeerde dat aan de voorwaarden voor vergoeding was voldaan, maar dat de praktische omstandigheden en de reeds bestaande opname in een psychiatrisch ziekenhuis een vergoeding uitsloten. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schadevergoeding af vanwege de gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis na voorlopige hechtenis.