ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ6303

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.031.913
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kranenburg
  • De Klerk-Leenen
  • Pouw
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 351 lid 1 FaillissementswetArt. 6:15 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn in schuldsaneringszaak

Appellante heeft tegen het vonnis van de rechtbank waarin haar schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd hoger beroep ingesteld. De rechtbank had het vonnis uitgesproken op 1 april 2009, waarna appellante acht dagen had om hoger beroep in te stellen. Het beroepschrift is echter pas op 17 april 2009 bij het hof binnengekomen, buiten deze termijn.

Appellante stelde dat zij het beroepschrift tijdig per fax had ingediend op 9 april 2009. Uit onderzoek bleek echter dat de fax niet bij het hof was aangekomen, maar bij de afdeling insolventies van de rechtbank ’s-Hertogenbosch. Deze heeft het niet doorgezonden. Bovendien was de verzendingstijd laat op de laatste dag van de beroepstermijn, waardoor het ook bij doorzending te laat zou zijn geweest.

Het hof oordeelde dat geen grond bestond voor een analogische toepassing van artikel 6:15 AWB Pro, dat een doorzendplicht regelt bij indiening bij een onbevoegde administratieve instantie. De verplichte procesvertegenwoordiging waarborgt voldoende dat stukken tijdig bij de juiste instantie worden ingediend.

Appellante en haar advocaat zijn niet verschenen bij de mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid, maar hebben wel schriftelijk gereageerd. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn en het niet tijdig indienen van het beroepschrift bij het juiste orgaan.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en onjuiste indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

MvH
19 augustus 2009
Sector civiel recht
Zaaknummer: HV 200.031.913/01
Zaaknummer eerste aanleg: 07/1169R
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Arrest
in de zaak in hoger beroep van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. F.H.H. Smeets.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 april 2009.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 17 april 2009, heeft [appellante] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en te bepalen dat de schuldsaneringsregeling kan worden voortgezet.
2.2. Het hof heeft [appellante] en de bewindvoerder, mevrouw M.C.C. Ording, opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 7 augustus 2009. Bij faxbericht van 14 juli 2009 met bijlagen heeft mr. Smeets aan het hof bericht dat de al dan niet ontvankelijkheid van het hoger beroepschrift schriftelijk kan worden afgedaan. Nadat het hof aan mr. Smeets en de bewindvoerder schriftelijk had bericht dat het hof op basis van de in het geding gebrachte stukken zou beslissen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep, heeft mr. Smeets bij faxbericht van 6 augustus 2009 met bijlagen aan het hof verzocht het hoger beroep van [appellante] ontvankelijk te verklaren en de zaak in een hoorzitting verder te behandelen. Daarop heeft het hof in de middag van 6 augustus 2009 aan het kantoor van mr. Smeets bericht dat de aanvankelijk voor 7 augustus 2009 om 9.45 uur bepaalde mondelinge behandeling alsnog doorgang zou vinden, en dat ter zitting alleen de ontvankelijkheid- vraag behandeld zou worden. [appellante] en mr. Smeets zijn niet ter zitting van 7 augustus 2009 verschenen. Desgevraagd heeft mr. Smeets die ochtend telefonisch aan het hof medegedeeld dat het bericht dat de zitting doorgang zou vinden hem niet tijdig had bereikt, en heeft hij het hof verzocht alsnog schriftelijk te mogen reageren op de ontvankelijkheidvraag. Het hof heeft mr. Smeets op 7 augustus 2009 telefonisch en per faxbericht bericht dat hij in de gelegenheid wordt gesteld uiterlijk op 12 augustus 2009 een nadere schriftelijke reactie in te dienen. Een faxbericht van mr. Smeets inhoudende een schriftelijke reactie is op 12 augustus 2009 ter griffie van het hof ingekomen.
2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 4 maart 2009;
- de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 19 mei 2009;
- het faxbericht van de bewindvoerder d.d. 3 augustus 2009.
3. De ontvankelijkheid
3.1. Het hof zal ambtshalve eerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep beoordelen.
In het vonnis waarvan beroep, dat is uitgesproken op 1 april 2009, is de schuldsaneringsregeling van [appellante] op de voet van art. 350 lid 3 aanhef Pro en sub c Faillissementswet (Fw) tussentijds beëindigd. [appellante] is op de zitting in eerste aanleg van 4 maart 2009 aanwezig geweest. Blijkens het vermelde in het proces-verbaal van deze zitting is de uitspraakdatum van 1 april 2009 aan haar medegedeeld. [appellante] heeft dit ook niet weersproken.
Krachtens het bepaalde in art. 351 lid 1 Fw Pro heeft [appellante] gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep. Het beroepschrift is bij het hof binnengekomen op 17 april 2009. Dit is buiten voormelde hoger beroeptermijn. De advocaat van [appellante] heeft aangevoerd dat het beroepschrift op 9 april 2009, derhalve binnen de beroeptermijn, per fax bij het hof is ingediend. Deze fax is niet bij het hof binnengekomen. Ten bewijze van de tijdige verzending van de fax aan het hof heeft (de advocaat van) [appellante] een Transmission Report overgelegd, waaruit volgens hem blijkt dat de fax tijdig door het hof is ontvangen. Het in het Transmission Report vermelde faxnummer is echter geen faxnummer dat door het hof wordt gebruikt. Het is het hof gebleken, zoals mr. Smeets ook in het faxbericht van 12 augustus 2009 heeft vermeld, dat het beroepschrift is gefaxt naar het faxnummer van de afdeling insolventies van de rechtbank 's-Hertogenbosch. De griffie van de rechtbank heeft het faxbericht niet aan de griffie van het hof doorgezonden. Indien de griffie het faxbericht wel had doorgezonden zou het beroepschrift overigens te laat bij het hof zijn ingediend, aangezien het faxbericht houdende hoger beroep blijkens het Transmission Report op de laatste dag van de hoger beroeptermijn, te weten 9 april 2009, 's avonds om 11.44 uur ("11:44 PM") is verzonden. Maar bovendien is voor een analogische toepassing van artikel 6:15 Algemene Pro wet bestuursrecht (doorzendplicht bij indiening bij een onbevoegde administratieve rechter) geen grond aanwezig. Zoals de Hoge Raad onder meer heeft overwogen in het arrest van 24 maart 2000, NJ 2000, 314, wordt het in genoemd artikel beschermde belang dat burgers hun bezwaar- of beroepschriften bij de juiste instantie indienen, in een procedure als de onderhavige bij de burgerlijke rechter voldoende gewaarborgd door de voor deze procedure voorgeschreven verplichte procesvertegenwoordiging.
3.2. Gelet op het hiervoor overwogene zal [appellante] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar beroep.
4. De uitspraak
Het hof:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Kranenburg, De Klerk-Leenen en Pouw en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2009.