ECLI:NL:GHSHE:2009:BK1544
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J. Huurman-van Asten
- F.L. Muskens
- M.A.M. Wagemakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke grondslag ongewenstverklaring vreemdeling
Verdachte, een Franse staatsburger en daarmee EU-burger, werd door de minister van Vreemdelingenzaken op 20 juli 2006 tot ongewenst vreemdeling verklaard vanwege haar strafrechtelijke verleden en vermeende bedreiging van de openbare orde. Zij verbleef in 2007 in Nederland terwijl zij wist dat zij ongewenst was verklaard. De staatssecretaris wees een verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring af op grond van een recente veroordeling wegens diefstal met geweld.
In hoger beroep werd onderzocht of het persoonlijk gedrag van verdachte daadwerkelijk een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor een fundamenteel belang van de samenleving, zoals vereist door artikel 197 Sr Pro en de Vreemdelingenwet. Uit het onderzoek en een bericht van de advocaat-generaal bleek dat de documentatie geen wettelijke grondslag bood voor de ongewenstverklaring vóór 3 juni 2008.
Het hof concludeerde dat de beschikking tot ongewenstverklaring in de periode rond juli en augustus 2007 geen wettelijke basis had en dat het bestanddeel 'op grond van een wettelijk voorschrift' niet bewezen kon worden. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor de ongewenstverklaring.