ECLI:NL:GHSHE:2009:BK8382
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J.W. van der Voort
- D.G. Barmentlo
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid pensioenpremies na beëindiging dienstbetrekking
Belanghebbende was tot augustus 2000 in loondienst en nam deel aan een pensioenfonds waar hij aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen opbouwde. Na zijn ontslag zette hij de deelneming aan het pensioenfonds vrijwillig voort en betaalde premies tot mei 2004. De inspecteur kwalificeerde alleen de premies tot augustus 2003 als negatief loon en weigerde de aftrek van premies daarna.
De rechtbank oordeelde dat de aanspraken als lijfrenten kwalificeren en dat de premies aftrekbaar zijn. Het hof oordeelt anders: er is geen sprake van een lijfrenteverzekering, maar de gehele premie kan als negatief loon in aftrek worden gebracht vanwege het causaal verband met de vroegere dienstbetrekking. Het hof verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 1992 dat betalingen voor voorwaardelijke optierechten als negatief loon kwalificeert.
Het hof verwerpt het standpunt van de inspecteur dat de driejaarstermijn uit het Besluit strikt moet worden toegepast, omdat belanghebbende na ontslag elders in dienst was en de pensioenregeling niet onzuiver is. Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt een griffierecht geheven van €447, maar geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond en bevestigt dat de gehele pensioenpremie als negatief loon aftrekbaar is.