ECLI:NL:HR:2010:BM9268
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Premies voortgezette pensioenverzekering onvoldoende verband met dienstbetrekking voor negatief loon
Belanghebbende, voormalig werknemer van A, zette na ontslag vrijwillig zijn deelname aan de pensioenverzekering voort en betaalde daarvoor premies. De Inspecteur weigerde aftrek van een deel van deze premies als negatief loon, wat door rechtbank en hof werd toegewezen op grond van een causaal verband met de vroegere dienstbetrekking.
De Hoge Raad oordeelt dat premies voor voortgezette deelname aan een pensioenverzekering zonder aanspraak op een pensioen als bedoeld in artikel 18 Wet Pro LB 1964 onvoldoende verband houden met de dienstbetrekking om als negatief loon te gelden. Het hof heeft daardoor een onjuiste rechtsopvatting gehuldigd.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij onder meer moet worden onderzocht in hoeverre aftrek mogelijk is als uitgave voor inkomensvoorzieningen volgens artikel 3.124 Wet IB 2001. Tevens wordt opgemerkt dat premies voor zogenoemde C-polissen wel als negatief loon kunnen gelden.
De Hoge Raad wijst erop dat het pensioenreglement geen afkoopverbod bevat, waardoor de aanspraak niet voldoet aan de definitie van lijfrente. De zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de premies en de toerekening aan aanspraken op invaliditeit.
De Hoge Raad wijst het beroep in cassatie toe, vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling.