ECLI:NL:GHSHE:2009:BL1031
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Meulenbroek
- Den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over boedelverdeling en rentevordering na echtscheiding
In deze zaak staat de financiële afwikkeling van een huwelijk centraal dat op 3 oktober 2003 is ontbonden. Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben als peildatum voor verdeling 1 januari 2002 afgesproken. De vrouw stelde vier grieven aan tegen eerdere vonnissen.
De eerste grief betrof de afwijzing van een dwangsom bij de afgifte van aan de vrouw toebedeelde zaken. Het hof oordeelde dat een dwangsom niet noodzakelijk was gezien de bereidheid van de man en de mogelijkheid voor advocaten om afspraken te maken. De tweede grief richtte zich op de toewijzing van de stacaravan aan de man, wat het hof bevestigde vanwege feitelijk gebruik en bouw.
De derde grief betrof de afwijzing van wettelijke rente over een geldvordering vanaf 1 januari 2002. Het hof bevestigde dat er vóór de verdeling geen geldvordering bestond en dat de wettelijke rente niet kan worden omgezet in een gebruiksvergoeding. De vierde grief ging over de verdeling van belastingaanslagen, waarbij het hof de eerdere toewijzing aan de man handhaafde en een aanvullende vordering van de vrouw afwees wegens gebrek aan onderbouwing.
Uiteindelijk verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het vonnis van 4 augustus 2004, bekrachtigde de vonnissen van 11 oktober 2006 en 21 maart 2007, en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt eerdere vonnissen en wijst alle grieven van de vrouw af, waarbij zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in een deel van het hoger beroep.