ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ2325
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Nakoming en kwijtschelding in back to back putovereenkomst en geldleningsovereenkomst
Partijen zijn betrokken bij een geschil over de nakoming van een back to back putovereenkomst en een geldleningsovereenkomst. Vader vordert betaling van de koopsom voor aandelen die zoon volgens de overeenkomst moet afnemen. Zoon voert verweren aan, waaronder dat de putovereenkomst afhankelijk is van een andere overeenkomst tussen vader en Rabobank Participaties (Rapar), dat vader geen nieuwe bankgarantie heeft gesteld en dat de lening onvoorwaardelijk is kwijtgescholden.
Het hof oordeelt dat de rechtsgeldigheid van de putovereenkomst onherroepelijk vaststaat, mede door een eerdere procedure tussen vader en Rapar die is bekrachtigd. De stelling dat vader geen nieuwe bankgarantie heeft gesteld, wordt verworpen omdat dit niet als verplichting is overeengekomen. Ook staat vast dat vader de aandelen aan zoon te koop heeft aangeboden. De nakoming van de back to back putovereenkomst is derhalve toewijsbaar.
Ten aanzien van de leningsovereenkomst concludeert het hof dat de kwijtschelding onvoorwaardelijk is, gebaseerd op diverse documenten en correspondentie uit 2002 en 2003. De stelling van vader dat de kwijtschelding onder voorwaarden zou zijn gedaan, wordt verworpen. De vordering tot verklaring voor recht dat de lening is kwijtgescholden wordt toegewezen.
Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in conventie gewezen en veroordeelt zoon tot betaling van € 1.124.518,25 plus wettelijke rente aan vader. De overige vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden deels gecompenseerd en deels aan zoon opgelegd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Zoon wordt veroordeeld tot betaling van € 1.124.518,25 aan vader wegens nakoming van de back to back putovereenkomst.