ECLI:NL:PHR:2011:BT8529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nakoming back to back putovereenkomst ondanks vertraagde levering aandelen
In deze zaak staat de uitvoering van een back to back putovereenkomst centraal, waarbij de zoon (eiser) van zijn vader (verweerder) de aandelen van een vennootschap zou kopen zodra de vader deze van een derde partij zou verkrijgen.
De vader had een putovereenkomst gesloten met een derde partij, Rapar, die haar rechten uitoefende en de bankgarantie trok. De vader bood de aandelen aan de zoon aan, maar de zoon weigerde deze te kopen. De vader vorderde betaling van het koopbedrag en andere vergoedingen.
De rechtbank veroordeelde de zoon tot betaling, het hof vernietigde dit vonnis deels en stelde een lager bedrag vast. De zoon stelde cassatie in tegen het oordeel dat hij gehouden was tot nakoming ondanks dat de vader de aandelen nog niet had geleverd.
De Hoge Raad oordeelt dat de verplichting van de zoon tot nakoming niet afhangt van het feit dat de vader de aandelen nog niet had geleverd, omdat de vader in staat was de aandelen te verkrijgen en de zoon niet voldoende heeft weersproken dat de vader de aandelen op eerste verzoek kon leveren. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat eiser gehouden is tot nakoming van de back to back putovereenkomst en betaling van € 1.124.518,25 met rente.