ECLI:NL:GHSHE:2010:BL7922
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-van der Weijden
- Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Verjaring pensioenvordering wegens niet-toekenning volledige pensioenrechten
Appellant [X.] vorderde dat hij als verplicht deelnemer van het pensioenfonds Bpf Bouw werd aangemerkt en aanspraak had op pensioenrechten over de periode 1957 tot 1 augustus 2005. Hij stelde dat het pensioenfonds onregelmatigheden had begaan in de pensioenopbouw en dat hem daardoor pensioenrechten werden onthouden.
Het hof stelde vast dat appellant vanaf mei 1996 op de hoogte was gesteld van de omvang van zijn pensioenrechten en dat hij toen ook bekend was met de vermeende tekortkomingen in de pensioenopbouw. Hierdoor was de vordering tot toekenning van pensioenrechten reeds opeisbaar en is de verjaringstermijn van vijf jaar gaan lopen.
De rechtbank had de vordering afgewezen wegens verjaring en het hof bevestigde dit oordeel. Ook andere verweren van appellant, waaronder een beroep op een langere verjaringstermijn en op onrechtmatige toestand, werden verworpen. De vordering was niet tijdig ingesteld en kon daarom niet worden toegewezen.
Het hof veroordeelde appellant in de proceskosten en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De uitspraak benadrukt dat pensioenvorderingen tot vaststelling en toekenning van rechten niet onbeperkt kunnen worden ingediend en dat tijdige actie vereist is.
Uitkomst: De pensioenvordering van appellant is verjaard en wordt afgewezen; het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.