ECLI:NL:GHSHE:2010:BM8458
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- P.J.M. Bongaarts
- F. Sonneveldt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep belastingheffing winstafhankelijke uitkeringen na vaststellingsovereenkomst
Belanghebbende werkte tot eind 2003 bij A en sloot in 1998 een profit participation agreement (PP-Agreement) die hem na uitdiensttreding recht gaf op winstafhankelijke uitkeringen. In 1998 werd een vaststellingsovereenkomst gesloten met de inspecteur waarbij belanghebbende afzag van bezwaar en beroep over de belastingheffing van deze uitkeringen.
Voor het jaar 2004 werd een navorderingsaanslag opgelegd omdat de uitkeringen uit de PP-Agreement niet waren meegenomen in de oorspronkelijke aangifte. Belanghebbende stelde dat de inspecteur ambtelijk verzuimd had en dat hij zich daardoor niet meer aan de vaststellingsovereenkomst hoefde te houden. Het hof oordeelde dat belanghebbende zelf onjuist had aangifte gedaan en dat het ambtelijk verzuim niet van dien aard was dat de vaststellingsovereenkomst niet meer bindend was.
Verder stelde belanghebbende dat de 30%-vergoedingsregeling van toepassing was op de betalingen tot 30 september 2004. Het hof oordeelde dat de uitkeringen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn en dat de 30%-regeling dus wel van toepassing is, omdat hierover geen afspraak in de vaststellingsovereenkomst was gemaakt. De navorderingsaanslag en heffingsrente werden dienovereenkomstig verminderd.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hof vermindert de navorderingsaanslag en heffingsrente en verklaart het hoger beroep gegrond.