ECLI:NL:GHSHE:2010:BN0074
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Smeenk-van der Weijden
- Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid werkgever voor beroepsziekte CTE door blootstelling aan oplosmiddelen
De werknemer, werkzaam als grafisch technicus bij Alcan Packaging Brabant B.V., stelde dat hij door blootstelling aan oplosmiddelen tijdens zijn werkzaamheden aan Chronische Toxische Encephalopathie (CTE) leed en vorderde schadevergoeding. De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van het causaal verband tussen zijn klachten en de werkzaamheden.
In hoger beroep voerde de werknemer aan dat het causaal verband wel aannemelijk was en dat de werkgever onvoldoende beschermende maatregelen had genomen. Het hof oordeelde dat de werknemer eerst aannemelijk moest maken dat hij daadwerkelijk aan CTE of aan door blootstelling veroorzaakte gezondheidsklachten leed. Uit diverse deskundigenrapporten, waaronder een neuropsychologisch rapport en een brief van een neuroloog, bleek dat er geen overtuigend bewijs was voor CTE of dat de klachten door de blootstelling waren veroorzaakt.
De klachten over de uitvoering van het deskundigenonderzoek werden door het hof niet gegrond bevonden. Het hof stelde vast dat het onderzoek volgens de regels was uitgevoerd en dat de stelling dat de deskundige had gedreigd niet was onderbouwd. Het bewijsaanbod van de werknemer werd als niet ter zake dienend gepasseerd.
Het hof bekrachtigde daarmee het tussenvonnis en het eindvonnis van de kantonrechter waarin de vordering werd afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot schadevergoeding wegens CTE door blootstelling aan oplosmiddelen wordt afgewezen en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.